Schroei in een braadpan het vlees in licht gebruinde, uitgebruisde boter aan alle zijden dicht. Voeg vervolgens iets boter toe en temper het vuur. Keer het vlees regelmatig en overgiet het af en toe met de braadboter. Plaats bij het braden het deksel van de braadpan goed schuin op de pan. Het vlees kan ook, na het aanbraden, in een braadslede (in de oven) verder gebraden worden.
Haal na het braden het vlees uit de braadpan of -slede. Blus de braadboter met water of ander vocht af om eventueel jus te maken. Laat het vlees ca. 10 minuten rusten voordat het wordt aangesneden. U moet het vlees met een ongekarteld mes snijden. Dit om de vleessappen in het vlees te behouden. Deze zorgen dat het vlees lekker mals blijft.

